De Vlist en de hond

Schoonhoven, zondagochtend 18 mei. Het is de tot nu toe mooiste en warmste dag van het jaar. Ondanks het feit dat half Nederland er op uit trekt vandaag en het dus druk zal zijn, ben ik toch ook maar op de fiets gesprongen. Na een lang stuk over de Lekdijk stuiter ik nu via een oude klinkerweg Schoonhoven uit (hier is mijn iele lijf niet voor gemaakt) en draai de Bonrepas op. Gelukkig, asfalt. Dit weggetje loopt langs De Vlist noordwaarts richting Haastrecht. Het is de eerste keer dat ik hier rij en het moet een van de mooiste plekken in de Krimpenerwaard zijn.

 

Vlak achter me hoor ik gekraak en een paar seconden later komt een tweetal oude voortjakkerende mannen op hun veel te dure racefietsen voorbij. Ik zet aan en positioneer mezelf in de slipstream. Deze zijn van het type ‘opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats, we hebben ongelofelijke haast’. Mensen die een ontspannen zondagstochtje maken worden met niet mis te verstane bewoordingen aan de kant geschreeuwd. Een busje met een jong knaapje die waarschijnlijk net zijn rijbewijs heeft probeert op het smalle weggetje achteruit een inrit in te gaan. We moeten nu toch echt vol in de remmen want de hele weg wordt geblokkeerd, voet aan het asfalt. “Doorrijden dan! insteken, sukkel! Je hebt nog zeker een meter, GAAN!” Klinkt het voor me. De fietsmaat van de gillende man probeert hem nog tot bedaren te brengen. “Rustig nou Harry, die jongen doet zijn best”. De jongen in het busje lijkt het zich gelukkig niet echt aan te trekken, die denkt er het zijne van.

 

Ik laat de mannen gaan, ik wilde deze omgeving graag zien, dus waarom zou ik achter een stel mannen aanjagen die alleen oog hebben voor obstakels (ik was er één van) en kuilen? Dat ze door een omgeving rijden die meer op een overdreven romantisch schilderij lijkt dan op een ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ Hollands polderlandschap zal ze ontgaan. Ik schakel terug en geniet van de omgeving.

 

De Vlist is een smal riviertje omgeven door knotwilgen en gevuld met bloeiende waterlelies. Langs het riviertje staan veel oude pittoreske huisjes en boerderijen, en ik zie meerder theetuinen en gezellige terrasjes. En dat geheel ligt dan als een slang in een polderlandschap met grasland, kleine slootjes, koeien en nog meer knotwilgen. Zeker in het prachtige lentezonlicht van vandaag en na de vele regen van de afgelopen weken ligt het er werkelijk prachtig bij! Ik ben blij dat ik genieten boven snelheid heb verkozen.

 

Druk blijft het wel. Zoals verwacht zijn er veel mensen op uitgetrokken. En ik ben dan misschien geen voortjakkerende oude man op een veel te dure racefiets, maar het blijft wel uitkijken. Op dit soort dagen zitten er veel mensen op de fiets die dat slechts één keer per jaar doen, namelijk op die mooie voorjaarsdag dat iedereen gaat. Voor me zie ik een ouder echtpaar. Altijd uitkijken. Ik hou iets in en bel. Ze horen het niet en de man wijst zijn vrouw iets aan wat hij aan de rechter kant ziet. En zoals dat dan gaat, naar rechts wijzen is naar links uitwijken. Ik bel nogmaals en hang flink in de rem. “Oh Sorry” zegt de man als ik passeer. Geeft niet, zeg ik. Het zal ze verbazen, een wielrenner die zegt geeft niet? Het kan verkeren.

 

Ik blijf rustig aan doen, je komt van alles tegen. Kinderen die net kunnen fietsen en alle kanten op schieten. Mensen die op een pad van twee meter breed het weekend doornemen met de buren (bij voorkeur vlak na een onoverzichtelijke bocht). Mensen die van het terras af komen en zonder te kijken het fietspad weer op rijden. Mensen die naar rechts lijken te gaan en dan ineens linksaf slaan voor je neus… Bedenk het maar en het gebeurt.

 

Maar het gaat goed. Ik heb al een groot stuk van De Vlist achter me liggen en ik nader Haastrecht. Het is hier ook weer wat minder druk. Verderop zie ik wel nog wat mensen lopen. Ik geniet van het polderland links van me, waar ik aan de horizon nog net een stukje van de Rotterdamse skyline kan ontwaren. Ik ben nu vlak bij de mensen die ik net zag lopen, een gezinnetje zo lijkt het. Op De Vlist zie ik een klein bootje passeren met een jong stel erin. Heerlijk moet dat zijn, dobberen op een bootje hier, aanleggen bij een theetuin voor een heerlijke kop thee met gebak, wat een leven…

 

Dan, op het moment dat ik het gezin passeer, schiet er opeens voor hen langs een golden retriever de weg op. “Stop! Kijk Uit!” Roept de moeder van het gezin naar de hond. De hond blijft van schrik verstijfd op de weg staan. Als hij nou doorloopt kan ik er nog precies achterlangs… Uit volle macht knijp ik in mijn remmen en mijn achterwiel slipt klapperend over de weg. Nu nog ongeveer een halve meter voor me staat het beest, een jong beest nog zo lijkt het, en hij kijkt me recht in de ogen aan. Loop dan! Denk ik, doorlopen! Ik gil, aaaaah, en rij precies over de achterpoot van de hond… Shit roep ik. Ik klik net op tijd mijn voet uit het pedaal voor ik omval en leg snel mijn fiets in de berm en loop terug naar het gezin dat al bij het arme beest zit. Sorry wat erg zeg ik, hoe is het met hem? “Met haar”, zegt het zoontje, type bijdehand en een jaar of 6. Oh met haar, hoe erg is het? “De poot lijkt gebroken” zegt de vader. Ik zeg nogmaals sorry. “Nee het is niet jouw schuld”, zegt de moeder. “Ze schoot ineens de straat op, meestal blijft ze netjes in het gras, maar ze is nog jong, net een jaar pas, dus soms nog een beetje ongehoorzaam.” En nu? Ze moet naar de dierenarts, maar ze kan niet meer lopen natuurlijk. “We wonen hier om de hoek”, zegt de vader, “ik ga nu de auto halen en dan kom ik hierheen gereden, is dat goed Clara?” “Ja ga maar snel”, zegt Clara.

 

De vader vraagt nog of mijn fiets kapot is. Joh ja, mijn net nieuwe Bianchi. Nou ja dat is maar een ding die gemaakt kan worden. Maar het zou wel handig zijn als ik nog naar huis kan rijden. Ik kijk naar het beest die na een paar keer proberen op te staan heeft besloten om maar te blijven liggen. Arme hond. Ik loop naar mijn fiets. Er lijkt niets mis mee. Ik draai aan het voorwiel om te kijken of er geen slag in zit, maar dat is niet het geval. Het is ook geen harde klap geweest, ik stond al bijna stil. Maar ik ging wel precies over die achterpoot heen. Met de fiets is niets mis gelukkig zeg ik tegen de vader. Ga maar snel die auto halen dan kan het beest geholpen worden. “Ze heet Puck”, zegt de zoon. Arme puck zeg ik, en dat op zo’n mooie dag.

 

“Fiets jij maar door hoor, wij redden het wel met Puck” zegt Clara. Ja, ik ga maar verder zeg ik. Mag ik mijn telefoonnummer geven? Ik wil graag weten hoe het afloopt. Dat vinden ze gelukkig goed en ze beloven me snel iets te laten weten. Ik geef Puck nog een voorzichtige aai over haar bol en loop terug naar mijn fiets. Ik stap op en wens ze sterkte. Een paar honderd meter verder komt de vader me al tegemoed gereden, dat is snel, die zal wel gerend hebben naar huis. Ik steek mijn duim op en hij doet hetzelfde.

 

Die middag nog krijg ik een berichtje. Het valt gelukkig allemaal mee. De achterpoot is gebroken maar dat moet in principe snel herstellen. Het had veel erger af kunnen lopen denk ik als ik niet als een toerist gefietst had maar als een voortjakkerende oude man op een veel te dure racefiets… Ik stuur een berichtje terug dat ik blij ben dat het meevalt. En of ze hun adres kunnen geven, zodat ik een lekkere kluif kan opsturen naar Puck.

2 thoughts on “De Vlist en de hond

  1. Heb het verhaal met veel plezier gelezen!!! Blij dat er meer mensen zijn die van het landschap in ons mooie Vlist genieten!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *